Border Terrier
De Border Terrier: een kleine, ruigharige, in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm bewaard gebleven hond. Het werk van Engelands laatst overgebleven werkende terriërras bestond uit het jagen op vos, das, marter en kleiner wild. Hoewel de jacht op vos en marter tegenwoordig verboden is, wordt de Border Terriër tot op heden nog steeds gebruikt bij de vossenjacht. Dit geeft de Borderterrier een heel aparte plaats in de terriergroep.
Bij welk ras ziet men de keurmeester, als hij de honden op een tentoonstelling aan zijn kritische blik onderwerpt, de dikte en losheid van het vel beoordelen en met beide handen de hond omspannen net achter de schouders?
Deze twee punten zijn n.l. van essentieel belang voor een werkhond: de dikke huid beschermd de hond tegen beten, en een hond met een te grote borstomvang zou kunnen blijven steken in een nauwe vossenpijp. Even belangrijk is de vereiste ruglengte; zonder deze lengte verliest de hond de flexibiliteit die nodig is bij het manoeuvreren ondergronds. Tamelijk lange benen zijn noodzakelijk, omdat hij de paarden en de meute foxhounds tijdens de jacht over het ruige, woeste terrein van zijn geboortestreek, het grensgebied tussen Engeland en Schotland, moet kunnen volgen.
FCI-Standard N° 10 / 12. 03. 1998 / GB
BORDER TERRIER
Origin: Great Britain.
Date of publication of the original valid standard: 24.06.1987.
Utilization: Terrier.
Classification F.C.I.: Group 3 Terriers.
Section 1 Large and medium-sized terriers.
Without working trial.
General appearance: Essentially a working terrier. Capable of following a horse.
Behaviour/Temperament: Combining activity with gameness.
Head: Head like that of an otter.
Cranial region:
Skull: Moderately broad.
Facial region:
Nose: Black nose preferable, but liver or flesh-coloured one not a serious fault.
Muzzle: Short, strong.
Jaws/Teeth: Scissor bite, i.e. upper teeth closely overlapping lower teeth and set square to the jaws. Level bite acceptable. Undershot or overshot a major fault and highly undesirable.
Eyes: dark with keen expression.
Ears: Small, V-shaped, of moderate thickness, and dropping forward close to the cheek.
Neck: Of moderate length.
Body: Deep, narrow, fairly long.
Loins: Strong.
Chest: Ribs carried well back, but not oversprung, as a terrier should be capable of being spanned by both hands behind the shoulder.
Tail: Moderately short; fairly thick at base, then tapering. Set high, carried gaily, but not curled over back.
Limbs:
Forequarters: Forelegs straight, not too heavy in bone.
Hindquarters: Racy.
Feet: Small with thick pads.
Gait/movement: Has the soundness to follow a horse.
Skin: Must be thick.
Coat:
Hair: Harsh and dense; with close undercoat.
Colour: Red, wheaten, grizzle and tan, or blue and tan.
Weight: Dogs 5,9-7,1 kg (13-15 ½ lbs); bitches 5,1-6,4 (11 ½ lbs-14 lbs).
Faults: Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded should be in exact proportion to its degree and its effect on the terrier's ability to work and on the health and welfare of the dog.
Any dog clearly showing physical or behavioral abnormalities shall be disqualified.
N.B.: Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum.
*****
Rasstandaard van de Border Terrier
(FCI standaard no. 10 / 12.03.1998 / GB)
Algemeen voorkomen: In wezen een werkende terrier. Moet in staat zijn een paard te volgen.
Gedrag en temperament: Combineert levendigheid met moed.
Hoofd: Hoofd als dat van een otter.
Schedel: middelmatig breed.
Neus: een zwarte neus heeft de voorkeur, maar een lever- of vleeskleurige neus is geen ernstige fout.
Voorsnuit: kort, sterk.
Kaken/Tanden: schaargebit, d.w.z. de boventanden staan nauwsluitend over de ondertanden en zijn recht in de kaken geplaatst; een tanggebit is acceptabel; een ondervoor- of overbeet is een grote fout en hoogst ongewenst.
Ogen: donker met een indringende uitdrukking.
Oren: klein, V-vormig, van middelmatige dikte en dicht tegen de wangen naar voren vallend.
Hals: Van middelmatige lengte.
Lichaam: Diep, smal en tamelijk lang.
Lendenen: sterk.
Borst: ribben goed naar achteren doorlopend, maar niet te veel gewelfd daar een terrier met beide handen achter de schouder te omspannen moet zijn.
Staart: Middelmatig kort, tamelijk dik aan de basis en geleidelijk smaller toelopend. Hoog aangezet, vrolijk - maar niet over de rug gekruld - gedragen.
Ledematen: Voorhand: voorbenen recht, niet te zwaar van bot.
Achterhand: op snelheid gebouwd ("racy").
Voeten: klein met dikke voetzolen.
Gangwerk: Is zodanig gebouwd dat hij een paard kan volgen ("sound").
Huid: Moet dik zijn.
Vacht:
Beharing: hard en dicht met een dichte ondervacht.
Kleur: rood ("red"), tarwekleurig ("wheaten"), grijs & bruin ("grizzle and tan"), blauw & bruin ("blue and tan").
Gewicht: Reuen 5,9-7,1 kg ("13-15,5 lbs"), teven 5,1-6,4 kg ("11,5-14 lbs").
Fouten: Iedere afwijking van de voorgaande punten moet beschouwd worden als een fout en de mate waarin de fout moet worden aangerekend, moet in juiste verhouding staan tot de ernst van de fout en de invloed daarvan op de werkcapaciteiten van de terrier en op de gezondheid en welzijn van de hond.
Iedere hond, die duidelijk lichamelijke afwijkingen of abnormaal gedrag vertoont, moet gediskwalificeerd worden.
N.B.: Reuen moeten twee ogenschijnlijk normale, volledig ingedaalde testikels hebben.
Terug naar het rassenoverzicht